Back

Nieuwe regels en opportuniteiten voor werkgevers in 2026

20/01/2026

Belgium News

by Isabel Lysens Julie Rousseau

Het nieuwe jaar brengt meteen een golf aan sociaal-juridische nieuwigheden met zich mee. Eind december zijn tal van maatregelen uit het federaal regeerakkoord omgezet in wetgeving en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Sommige regels zijn al van kracht, andere volgen binnenkort. Door het grote aantal wijzigingen en de vele berichtgeving is het niet altijd eenvoudig om het overzicht te bewaren.


Deze nieuwigheden brengen niet alleen strengere regels en hogere kosten met zich mee, maar ook enkele interessante opportuniteiten voor werkgevers.

Deze maatregelen verhogen de kosten

Vanaf 1 januari 2026 worden inbreuken op het Sociaal Strafwetboek fors duurder. De aanvullende opdeciemen stijgen van 70 naar 90, waardoor administratieve en strafrechtelijke boetes voortaan vermenigvuldigd worden met 10 in plaats van 8. Bij verzwarende omstandigheden mag de boete bovendien niet lager zijn dan de helft van het maximum van een niveau 4-sanctie.


Daarnaast stijgen vanaf 2026 ook de solidariteitsbijdragen en de Wijninckx-bijdrage op werkgeversbijdragen voor aanvullende pensioenen, wat vooral impact heeft op pensioenplannen die voorzien in hogere bijdragebetalingen.

Maar deze maatregelen bieden wel opportuniteiten

Het expatstatuut - een bijzonder fiscaal regime voor bepaalde buitenlandse werknemers die tijdelijk in België werken voor een Belgische vennootschap binnen een internationale groep- wordt versoepeld en aantrekkelijker gemaakt.


Ook flexi-jobs – een tewerkstellingsvorm waarbij gepensioneerden en werknemers met een hoofdjob op flexibele basis kunnen bijverdienen in bepaalde sectoren, met gunstige sociale en fiscale voorwaarden voor zowel werknemer als werkgever – worden interessanter: het onbelastbaar inkomen stijgt naar €18.000 (voorheen €12.000), jaarlijks indexeerbaar vanaf inkomstenjaar 2025. De verhoging van maximum flexi-uurloon van 17 naar 21 € is nog niet gerealiseerd. Een uitbreiding naar alle sectoren wordt verwacht tegen zomer 2026.


Ondanks de loonnorm die is vastgelegd op 0% kunt u werknemers toch een voordeel bieden via maaltijdcheques: de maximale werkgeversbijdrage stijgt naar €8,91 (voorheen €6,91) en de fiscale aftrekbaarheid naar €4 per cheque (voorheen €2), vanaf 1 januari 2026. Let wel: in sommige sectoren is deze verhoging al opgenomen in het sectorakkoord 2025-2026, controleer dit dus vooraf. De beslissing om de overige bestaande cheques (zoals ecocheques, sport- en cultuurcheques, …) af te schaffen, is daarentegen tot op heden niet genomen.

Goedgekeurde wetgeving (nog te publiceren)

De Federal Learning Account – de overheidstool waarin werkgevers opleidingen van werknemers moesten registreren – wordt na herhaaldelijk uitstel definitief afgeschaft vanaf 1 januari 2026. Er wordt gedacht aan een nieuwe tool vanaf 2027, waarbij de registratieplicht bij de werknemer zou komen te liggen.


Vanaf 1 april 2026 stijgt het wettelijke basisquotum voor vrijwillige overuren van 120 naar 360 uur per kalenderjaar. Voor 240 van deze uren geldt een gunstig tarief: vrijgesteld van overwerktoeslag, sociale bijdragen en belastingen (bruto = netto). In afwachting hiervan blijft het systeem van relance-overuren (huidige netto-overuren) verlengd tot april 2026.

Andere vooruitzichten

Voor de finale wetgeving inzake arbeidsduur is het nog even afwachten, maar:

  • Er is een principieel akkoord over de afschaffing van het verbod op nachtarbeid.
  • De regering keurde een voorontwerp van wet goed dat vanaf 1 april 2026 deeltijdse arbeid versoepelt: een wekelijkse arbeidsduur van minstens 1/10e van een voltijdse werknemer volstaat (voorheen 1/3).
  • Ook worden de regels rond uurroosters in het arbeidsreglement versoepeld. Werkgevers hoeven niet langer alle voltijdse uurroosters te vermelden; een algemeen tijdskader volstaat, met daarin de werkbare dagen, het dagelijkse tijdvak, minimale en maximale dagelijkse arbeidsduur, en normale en maximale wekelijkse arbeidsduur.
  • Over de annualisering van de arbeidstijd (de zogenaamde ‘accordeon’-uurroosters die de arbeidsduur verder zouden flexibiliseren) en de verplichte tijdsregistratie vanaf 1 januari 2027 is er voorlopig geen bijkomende informatie.


Vanaf 1 januari 2027 zullen werkgevers die één of meer bedrijfswagens aanbieden gedurende meer dan 36 maanden verplicht zijn om werknemers de mogelijkheid te geven deze in te ruilen voor een mobiliteitsbudget. Uitzonderingen zijn voorzien voor kleinere ondernemingen en ondernemingen in moeilijkheden. Daarnaast kan de werkgever bepaalde functies verplicht laten kiezen voor pijler 1 (emissievrij voertuig), mits objectieve en proportionele criteria.


Verder wordt de wederinvoering van proefperiodes verwacht in het voorjaar van 2026.


De aangekondigde “centenindex”, die tot doel heeft dat werknemers met een maandloon hoger dan 4.000 € bruto geen procentuele indexering meer ontvangen maar een vast bedrag, zou in een afgeslankte versie ingevoerd worden vanaf 1 april 2026. Intussen blijven de loonindexeringen plaatsvinden volgens het normale systeem.


Tot slot zal de pensioenhervorming verder uitgerold worden.