1. Versterking van de voorwaarden inzake detachering
Het detacheringsregime, waarbij een werknemer tijdelijk in een andere lidstaat wordt tewerkgesteld, zoals bepaald in artikel 12 van de basisverordening, berust op een afwijking van het principe van de lex loci laboris, waardoor een gedetacheerde werknemer gedurende een beperkte periode — in principe vastgesteld op 24 maanden — onderworpen kan blijven aan de wetgeving van de zendstaat. Dit principe blijft behouden in het kader van de hervorming.
De ingevoerde wijzigingen beogen echter een aanzienlijke verstrenging van de toepassingsvoorwaarden van dit regime. Dit betreft in het bijzonder:
- Verbod op vervanging: Terwijl de huidige tekst reeds verbiedt dat een gedetacheerde werknemer wordt vervangen door een andere gedetacheerde werknemer, breidt de nieuwe formulering dit verbod expliciet uit tot situaties waarin zelfstandigen betrokken zijn.
De hervorming voert evenwel een uitzondering op dit vervangingsverbod in: een gedetacheerde werknemer mag een andere vervangen op voorwaarde dat de totale duur van de opeenvolgende opdrachten waarin de werknemers na elkaar worden gedetacheerd niet meer dan 24 maanden bedraagt en dat alle overige detacheringvoorwaarden worden nageleefd (met name de normale uitoefening van activiteiten door de werkgever in de zendstaat).
Deze evolutie ligt in de continuïteit van het Alpenrind-arrest (C‑527/16), waarin het Hof van Justitie een ruime interpretatie van het begrip vervanging heeft gehanteerd door te oordelen dat hiervan sprake kan zijn, zelfs wanneer de betrokken werknemers door verschillende werkgevers worden uitgezonden. Hoewel deze interpretatie door de hervorming niet wordt betwist, worden de contouren ervan verder verduidelijkt en wordt een uitzondering ingevoerd om al te rigide situaties te vermijden, met name wanneer opeenvolgende opdrachten deel uitmaken van een globaal, in de tijd beperkt kader.
- De versterking van een reële band met het socialezekerheidsstelsel van de zendstaat: De huidige regels vereisen dat de werknemer bij dit stelsel is aangesloten “onmiddellijk voor het begin van zijn werkzaamheid in loondienst” om in aanmerking te komen voor het behoud van de toepassing van de socialezekerheidswetgeving van de zendstaat. De administratieve praktijk die voortvloeit uit Besluit A2 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels gaat ervan uit dat aan deze voorwaarde is voldaan wanneer de werknemer gedurende ten minste één maand voorafgaand aan de detachering bij het socialezekerheidsstelsel van de zendstaat was aangesloten. De hervorming voert een minimale voorafgaande aansluitingsperiode in — voortaan vastgesteld op drie maanden — om een daadwerkelijke band te waarborgen en opportunistische, kortstondige aansluitingen te voorkomen.
Het Hof van Justitie had in het arrest Walltopia (C‑451/17) deze vereiste ruim geïnterpreteerd door te oordelen dat loutere woonplaats in de zendstaat kon volstaan, zelfs indien de betrokken persoon niet de hoedanigheid van verzekerde had volgens de wetgeving van die staat. De nieuwe regeling beoogt deze benadering te neutraliseren door deze vereiste te vervangen door een minimale aansluitingsperiode van drie maanden, wat het reële karakter van de band met die lidstaat versterkt.
- Cooling-off periode van 2 maanden: De hervorming zal een regel codificeren die tot dusver voortvloeide uit de administratieve praktijk, met name uit Besluit A2 Zij voorziet voortaan dat na een detachering van 24 maanden in principe een onderbrekingsperiode van twee maanden moet worden gerespecteerd alvorens een nieuwe detachering naar dezelfde lidstaat kan worden gestart voor dezelfde werknemer (of zelfstandige) (“cooling-off period”).
Deze vereiste beoogt praktijken te voorkomen waarbij detacheringen kunstmatig aaneengeschakeld worden om de onderworpenheid aan het stelsel van de zendstaat onterecht te verlengen. Zij versterkt aldus de samenhang van het systeem door een werkelijke discontinuïteit tussen opeenvolgende opdrachten op te leggen.
Deze onderbrekingsperiode is evenwel niet vereist wanneer de detachering wordt verlengd voorbij de periode van 24 maanden op basis van een afwijkingsakkoord tussen lidstaten overeenkomstig artikel 16 van de basisverordening. In dat geval kan de detachering worden verlengd zonder dat de teller opnieuw wordt gestart, doorgaans tot maximaal vijf jaar.