4. Het Moguntia-Arrest
Tot op heden neutraliseerden verschillende autoriteiten — waaronder de RSZ — de activiteiten in derde landen (buiten EER/Zwitserland). In de praktijk werden deze activiteiten genegeerd en werden de percentages enkel berekend op basis van “Europese activiteiten”.
Het Moguntia-arrest brengt een belangrijke wijziging met zich mee: loonactiviteiten in een derde land moeten verplicht worden meegenomen in de globale beoordeling wanneer zij intrinsiek verbonden zijn met activiteiten binnen de EER/Zwitserland. Een neutralisatie is dus niet langer mogelijk.
Het Hof legt de nadruk op een strikte lezing van Verordening 987/2009, die vereist dat rekening wordt gehouden met alle beroepsactiviteiten in een “algemene beoordeling”.
Het arrest sluit aan bij de vaste rechtspraak die vereist dat, om te bepalen welke socialezekerheidswetgeving van toepassing is, volledig rekening moet worden gehouden met de werkelijke situatie van de werknemer en met alle activiteiten die hij uitoefent. Het Hof benadrukt bovendien de bewoordingen van artikel 14(8) van Verordening 987/2009, dat verwijst naar ‘alle’ activiteiten van de werknemer als onderdeel van een ‘algemene beoordeling’ van zijn situatie. Volgens het Hof zou het niet in aanmerking nemen van de volledige situatie neerkomen op het creëren van een juridische fictie die losstaat van de praktische realiteit.