Back

Overurenhervorming in België: vooruitgang of terugval?

18/03/2026

Belgium News

by Lotte Kempeneers Catherine Kerrebrouck

De regels rond overuren zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot een kluwen van tijdelijke maatregelen, uitzonderingen en uiteenlopende regimes. Met het nieuwe regeerakkoord wil de regering opnieuw structuur brengen in dit landschap. Bepaalde tijdelijke systemen zullen permanent worden gemaakt, terwijl het regime van vrijwillige overuren wordt verruimd om zowel werkgevers als werknemers meer flexibiliteit te bieden.

In dit artikel schetsen we de algemene principes die gelden voor het presteren van overuren. We bespreken twee bijzondere regimes — vrijwillige overuren en ‘relance’-overuren — en besluiten met een blik op de toekomstige wetgeving op dit vlak.

Algemene principes

De wetgever verzet zich in principe tegen (overmatig) overwerk, daarom is overwerk slechts toegelaten in een beperkt aantal gevallen. Met het voorgestelde hervormingspakket neemt deze voorzichtigheid enigszins af, maar de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) blijven terughoudend (zie hieronder).

Overuren zijn in principe slechts toegestaan in een beperkt aantal duidelijk omschreven situaties. Dit omvat gevallen waarin overuren zijn toegestaan (i) zonder formaliteiten (bijv. ploegenarbeid), (ii) onderworpen aan formaliteiten (bijv. voorafgaande goedkeuring door een sociaal inspecteur in geval van een uitzonderlijke werkvermeerdering), of (iii) bij Koninklijk Besluit in bepaalde sectoren of ondernemingen.

Tenzij anders bepaald, kan het toegelaten overwerk nooit meer bedragen dan 11 uur per dag of 50 uur per week en moet dit worden gecompenseerd door inhaalrust en overloon.

Naast deze klassieke, strikt gereguleerde vormen van overuren heeft de wetgever een flexibelere regeling ingevoerd: vrijwillige (relance)‑overuren. Dergelijke overuren kunnen worden gepresteerd buiten de specifiek toegelaten scenario’s, op voorwaarde dat de werknemer vooraf en uitdrukkelijk met dit systeem heeft ingestemd (zie hieronder).

Klassieke overuren

De arbeidsduurwetgeving legt zowel minimum‑ als maximumgrenzen vast voor het aantal uren dat een werknemer mag werken. Zij voorziet evenwel in specifieke gevallen waarin van deze grenzen kan worden afgeweken, wat aanleiding geeft tot het verrichten van overuren. 

De toepassing ervan is doorgaans onderworpen aan het naleven van specifieke formaliteiten. 

In principe worden overuren gecompenseerd door het toekennen van inhaalrust én de betaling van een loontoeslag.

Daarnaast bestaan er bepaalde flexibele arbeidsregelingen (bijv. glijdende uurroosters) die, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, geen aanleiding geven tot overuren.

Betaalde inhaalrust

Het overschrijden van de normale arbeidsduurgrenzen is slechts toegestaan op voorwaarde dat de normale arbeidsduur gemiddeld wordt gerespecteerd over een bepaalde referteperiode. Dit houdt in dat arbeidsuren die worden gepresteerd boven de normale arbeidsduur in principe moeten worden gecompenseerd door betaalde inhaalrust (behoudens uitzonderingen, b.v. vrijwillige (relance) overuren (zie hieronder)).

Indien het totaal aantal gepresteerde arbeidsuren binnen de voormelde referteperiode de gemiddeld te respecteren wekelijkse arbeidsduur, vermenigvuldigd met het aantal weken dat in die referteperiode reeds is verstreken, met meer dan 143 uur overschrijdt (d.i. de “interne grens”), moet in principe onmiddellijk inhaalrust worden toegekend, vóór nog bijkomende overuren kunnen worden gepresteerd.

Overloon

Overuren die recht geven op overloon omvatten de uren die worden gepresteerd boven 9 uur per dag of 40 uur per week (of boven lagere grenzen die zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal of ondernemingsniveau).

Dergelijke overuren geven in principe recht op een toeslag van 50% van het normale loon. Wanneer overuren worden gepresteerd op zon‑ of feestdagen, bedraagt het overloon 100%, behoudens de wettelijk of sectoraal voorziene uitzonderingen.

In de praktijk wordt de overurentoeslag van 50% of 100% uitbetaald in de maand waarin de overuren worden gepresteerd, en ontvangt de werknemer zijn normaal loon aan 100% wanneer hij zijn inhaalrust opneemt.

Vrijwillige overuren (huidige regeling)

Het huidige systeem van vrijwillige overuren kan helpen om het overurenvolume binnen een onderneming te beheersen door de strikte overurenregels te versoepelen en werknemers toe te laten hun basissalaris aan te vullen.

Sinds februari 2017 werden de vrijwillige overuren in het leven geroepen. Dit zijn overuren die de werknemers buiten de in het arbeidsreglement opgenomen uurroosters kunnen presteren zonder dat de werkgever er een bepaald motief voor nodig heeft en zonder dat voorafgaande formaliteiten dienen voldaan te zijn. 

Aantal uren

Met instemming van de werknemer kan een bepaald maximumaantal vrijwillige overuren gepresteerd worden per kalenderjaar op vraag van de werkgever. Het basiskrediet bedraagt 120 uren per kalenderjaar. Wanneer deze regeling echter wordt gecombineerd met de relance‑overuren (zie hieronder), bedraagt het contingent 100 uur per kalenderjaar.

Deze vrijwillige overuren kunnen natuurlijk enkel gepresteerd worden in de mate dat de werkgever deze uren wenst te laten presteren: de werknemers hebben geen recht op het presteren van vrijwillige overuren.

Formaliteiten

Om vrijwillige overuren te presteren, moet de werknemer vooraf een schriftelijke overeenkomst met de werkgever ondertekenen. De overeenkomst is zes maanden geldig en kan worden vernieuwd indien de werknemer vrijwillige overuren wil blijven presteren.

Er is geen bijkomende procedure of motivering vereist, in tegenstelling tot klassieke overuren.

Modaliteiten

  • Vrijwillige overuren worden niet gecompenseerd met inhaalrust.
  • Een overurentoeslag is verschuldigd (met andere woorden: ze worden uitbetaald aan 150% of 200%).
  • De vrijwillige overuren tellen mee voor de interne grens, met uitzondering van de eerste 25 vrijwillige overuren.
  • De absolute grenzen van 11 uur per dag en 50 uur per week blijven van toepassing.

Fiscaal gunstig regime

De overloontoeslag is onderworpen aan de gebruikelijke sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. De eerste 180 overuren genieten echter van een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing.

Relance-overuren (van toepassing tot 31 maart 2026)

Relance-uren zijn bijkomende vrijwillige overuren die een werknemer kan presteren in een bepaalde periode. De werkgever is geen overloon verschuldigd en er moet ook geen inhaalrust worden toegekend. De relance-uren worden betaald aan het normale tarief (100%).

Deze uren worden toegekend bovenop de bestaande 100 vrijwillige overuren, en werknemers hoeven hun contingent vrijwillige overuren niet eerst op te gebruiken

Aantal uren

Werknemers mochten tot 31 december 2025 120 relance‑uren presteren. Een wetsontwerp van 30 januari 2026 bepaalt nu dat het systeem van 120 relance‑uren opnieuw beschikbaar zal zijn van 1 januari tot en met 31 maart 2026, zonder inhaalrust of overurentoeslag. Het wetsontwerp dat in deze verlenging voorziet, werd op 5 februari 2026 in plenaire zitting door de Kamer goedgekeurd en verscheen op 27 februari 2026 in het Belgische Staatsblad.

Formaliteiten

Om relance‑overuren te presteren, moet de werknemer vooraf een schriftelijke overeenkomst met de werkgever ondertekenen. De overeenkomst is zes maanden geldig en kan worden vernieuwd indien de werknemer relance‑overuren wil blijven presteren. De overeenkomst moet duidelijk vermelden dat de werknemer begrijpt dat het om relance‑uren gaat, zonder overurentoeslag en zonder fiscale of sociale zekerheidsbijdragen.

Er zijn geen bijkomende formaliteiten van toepassing.

Voorwaarden

  • Relance‑overuren worden niet gecompenseerd met inhaalrust.
  • Er is geen overurentoeslag verschuldigd (met andere woorden: ze worden uitbetaald aan 100%).
  • De relance‑overuren tellen niet mee voor de interne grens.
  • Relance‑uren mogen niet meer bedragen dan 11 uur per dag of 50 uur per week.
  • Deeltijdse werknemers mogen enkel relance‑uren presteren zodra zij de dag‑ of weekgrenzen overschrijden die gelden voor voltijdse werknemers.

Sociaal/fiscaal gunstige behandeling

De 120 relance‑uren zijn financieel voordelig voor zowel werkgever als werknemer, aangezien er geen sociale zekerheidsbijdragen, bedrijfsvoorheffing of inkomstenbelasting op verschuldigd zijn.

Het nettobedrag van deze uren is gelijk aan het brutobedrag, wat ook overeenkomt met de totale kost voor de werkgever — deze uren zijn volledig netto.

Nieuw regime vanaf 1 april 2026

Regeerakkoord en eerste wetsontwerp

Het federale regeerakkoord voorzag in een substantiële uitbreiding van het systeem van vrijwillige overuren. Het oorspronkelijke wetsontwerp bevatte het volgende voorstel: werknemers zouden tot 360 vrijwillige overuren per jaar kunnen presteren (450 uur in de horecasector). Hiervan zouden 240 uur (in de horecasector 360 uren) volledig netto zijn — vrijgesteld van zowel sociale zekerheidsbijdragen als belastingen. De precieze modaliteiten van dit systeem waren echter nog niet vastgelegd.

Formaliteiten

Om vrijwillige overuren te presteren, zou de werknemer vooraf een schriftelijke overeenkomst met de werkgever moeten ondertekenen. Nieuw is dat dit akkoord:

  • Eén jaar geldig is (i.p.v. zes maanden);
  • Stilzwijgend kan worden verlengd voor telkens één jaar; en 
  • Op elk moment door werkgever of werknemer kan worden beëindigd via een schriftelijke of elektronische kennisgeving, met een opzeggingstermijn van één maand, die ingaat de dag na de opzegging (i.e. de dag na verzending of overhandiging). 

Het akkoord kan algemeen van aard zijn (bereidheid om vrijwillige overuren te presteren) of punctueel (bv. drie bijkomende uren op vrijdag gedurende twee maanden). De werknemer kan voorwaarden koppelen aan zijn akkoord. Uiteraard moet ook de werkgever instemmen om vrijwillige overuren te laten presteren.

Modaliteiten

  • Voor deze uren zou geen inhaalrust verschuldigd zijn.
  • Voor 240 van de 360 uren zou geen overurentoeslag verschuldigd zijn.
    • In de horecasector gaat dit om 360 van de 450 uren.
  • Ze zouden niet meetellen voor de interne grens.
  • Deeltijdse werknemers zouden enkel vrijwillige overuren mogen presteren als:
    • Zij minstens drie jaar deeltijds bij dezelfde werkgever tewerkgesteld zijn; én
    • Enkel in geval van een tijdelijke vermeerdering van werk.
    • Een overgangsregeling voorziet dat deeltijdse werknemers die op 1 april 2026 al een geldig akkoord hadden voor vrijwillige overuren, dit akkoord mogen blijven uitvoeren tot het einde van de overeengekomen periode.
  • Het wettelijk principe dat vrijwillige overuren niet combineerbaar zijn met deeltijds werk in het kader van loopbaanonderbreking of thematisch verlof wordt uitdrukkelijk bevestigd.

Sociale zekerheids- en fiscale behandeling

Zoals vermeld zouden 240 van de 360 vrijwillige overuren volledig netto zijn — dus vrijgesteld van zowel sociale zekerheidsbijdragen als belastingen. Hierbij moet worden opgemerkt dat het wetsontwerp voorziet dat de relance‑uren die tussen 1 januari en 31 maart 2026 worden gepresteerd, worden afgetrokken van dit contingent van 240 netto‑uren.

Wat betreft de horecasector: van de 450 vrijwillige overuren kunnen 360 uren worden uitbetaald onder het statuut bruto = netto.

Recent werd door de ministerraad ook een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd dat beoogt de nettovergoedingen voor 240 overuren gepresteerd overeenkomstig de arbeidswet van 16 maart 1971 en voor 360 overuren gepresteerd in toepassing van de wet van 16 november 2015 uit te sluiten van het loonbegrip, dat dient als basis voor heffing van RSZ-bijdragen. Daarnaast wordt, naar aanleiding van de verlenging van het systeem van relance‑uren tot en met 31 maart 2026, bepaald dat relance‑uren gepresteerd tussen 1 januari en 31 maart 2026 in mindering worden gebracht van het contingent vrijgestelde overuren voor 2026. Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.

Stand van zaken

In principe was het de bedoeling dat dit regime op 1 april 2026 in werking zou treden.
Hoewel het niet was opgenomen in het wetsontwerp van 3 februari 2026, werd de inhoud ervan ondergebracht in een afzonderlijk wetsontwerp dat op 10 februari 2026 werd ingediend. De oorspronkelijk vooropgestelde timing blijft daardoor haalbaar. Daarnaast wordt voorzien in een overgangsregeling voor lopende akkoorden: deze blijven geldig tot het einde van hun looptijd, waarna een nieuw akkoord moet worden afgesloten onder de nieuwe regels. Dit wetsontwerp moet nog worden gestemd. Wij volgen dit nauwgezet op en brengen u op de hoogte zodra er meer informatie beschikbaar is.