Back

Arbeidstijdregistratie: een nieuw tijdperk voor België?

09/12/2025

International News

by Isabel Lysens Edward Carlier

Arbeidstijdregistratie: een nieuw tijdperk voor België?

In het recente begrotingsakkoord heeft de Belgische federale regering aangekondigd dat vanaf 1 januari 2027 een algemene verplichting tot registratie van arbeidstijd zal gelden. Momenteel is tijdsregistratie in België enkel verplicht in specifieke situaties of sectoren, waardoor België een van de weinige Europese landen is zonder algemene verplichting.

Verplichting naar aanleiding van rechtspraak van het Hof van Justitie?

Er wordt vaak gesteld dat het Belgische recht niet in overeenstemming is met het Europese recht en dat daarom een algemene verplichting tot tijdsregistratie moet worden ingevoerd.

Er bestaat echter geen Europese wetgeving die lidstaten uitdrukkelijk verplicht om een systeem voor tijdsregistratie in te voeren. De discussie vloeit voort uit twee arresten van het Hof van Justitie uit 2019 en 2024 (CCOO en Loredas), waarin onder meer Richtlijn 2003/88/EG betreffende de arbeidstijd werd geïnterpreteerd. Deze richtlijn legt minimumrusttijden en een maximale wekelijkse arbeidstijd vast.

In deze arresten bevestigde het Hof van Justitie dat:

  •  Lidstaten moeten verzekeren dat de minimumrusttijden worden nageleefd en dat de maximale wekelijkse arbeidstijd niet wordt overschreden.
  • Richtlijn 2003/88 geen specifieke bepalingen bevat over de wijze waarop lidstaten deze rechten moeten waarborgen.
  • Lidstaten over beoordelingsvrijheid beschikken bij het vaststellen van de concrete maatregelen om deze rechten te implementeren.

 Het Hof oordeelde evenwel dat lidstaten werkgevers moeten verplichten om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem in te voeren waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer kan worden gemeten.

Beide arresten hadden betrekking op geschillen onder Spaans recht. Het is nog maar de vraag of de talrijke waarborgen in het Belgische recht inzake naleving van maximale arbeidstijd en rusttijden de toets aan de richtlijn niet zouden doorstaan.

Zo wordt aangevoerd dat de volgende Belgische maatregelen mogelijk reeds volstaan om te voldoen aan de richtlijn: het is verplicht om in het arbeidsreglement het begin en einde van de normale arbeidsdag, het tijdstip en de duur van de rusttijden en de dagen van normale onderbreking van de arbeid op te nemen. Dit arbeidsreglement kan enkel worden ingevoerd of gewijzigd met betrokkenheid van de werknemers (of de ondernemingsraad). Bovendien geldt een wettelijk verbod om buiten deze uren te werken. Overuren zijn mogelijk, maar onderworpen aan verschillende formaliteiten en waarborgen. In situaties van flexibel werk (variabele uurroosters), waar per definitie meer onzekerheid bestaat over de gepresteerde uren, bestaat reeds een wettelijke verplichting om een gedetailleerd systeem van tijdsregistratie te voorzien.

Wat is een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem?

De vraag blijft welke systemen de dagelijkse arbeidstijd objectief, betrouwbaar en toegankelijk meten. Kloksystemen, die aanwezigheid registreren eerder dan effectieve arbeidstijd, vormen niet noodzakelijk de meest adequate oplossing volgens de rechtspraak van het Hof. Digitale tijdsregistratie (zoals computeractiviteit) in telewerksituaties geeft geen volledig beeld, bijvoorbeeld wanneer iemand ingelogd is zonder effectief te werken of omgekeerd actief is zonder ingelogd te zijn. Ook systemen waarbij tijd wordt aangegeven door werkgever of werknemer zijn per definitie subjectief.

Meer fundamenteel kan men zich afvragen of situaties waarin werknemers zich verplicht voelen om ingelogd te blijven terwijl hun werk reeds is afgerond, of waarin de focus verschuift naar het registreren van uren in plaats van de inhoud van het werk, wenselijk zijn in een context waarin directe controle door de werkgever afneemt en vertrouwen, autonomie en resultaatsgericht werk in veel organisaties de norm worden.

Voorstanders zien tijdsregistratie als een instrument om een correcte loonberekening te garanderen en afwezigheden objectief op te volgen. Sommigen menen zelfs dat het de work-life balance kan verbeteren en overbelasting kan voorkomen. Anderzijds houdt dezelfde maatregel die flexibiliteit beoogt te ondersteunen het risico in dat deze net wordt beperkt. Werknemers ervaren verplichte registratie vaak als een vorm van controle, wat botst met hun behoefte aan autonomie.

Wat is de volgende stap?

Hoe de concrete invulling van de arbeidstijdmeting eruit zal zien, is nog niet duidelijk. Vermoedelijk zal elk systeem dat als “objectief, betrouwbaar en toegankelijk” kan worden beschouwd, als conform worden aanvaard. De kernvraag blijft echter: welke systemen meten in de praktijk op een objectieve, betrouwbare en toegankelijke manier de dagelijkse arbeidstijd?