Back

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord en werkloosheidsuitkeringen: een minder risicovolle optie vanaf maart 2026?

31/03/2026

Belgium News

by Emilie Roba Edward Carlier

Gedurende vele jaren werd de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in wederzijds akkoord met de nodige voorzichtigheid benaderd.

Hoewel dit een vlotte en juridisch zekere beëindiging mogelijk maakte, hield het ook een belangrijke consequentie in voor werknemers: zij werden door de Belgische werkloosheidsinstantie (RVA) beschouwd als vrijwillig werkloos, wat kon leiden tot een tijdelijke uitsluiting van werkloosheidsuitkeringen gedurende 4 tot 52 weken.

Dit verandert vanaf 1 maart 2026.

De Programmawet van 18 juli 2025 voert een ongezien mechanisme in dat, onder strikte voorwaarden, de sociale gevolgen van een vrijwillig vertrek mildert.

Een werknemer van wie de uitsluiting van werkloosheidsuitkeringen het gevolg is van een ontslagname, werkverlating of beëindiging in onderling akkoord na 28 februari 2026, kan voortaan verzoeken om deze uitsluiting te laten vervangen door een tijdelijk recht op werkloosheidsuitkeringen, voor een maximale periode van zes maanden (met een mogelijke verlenging tot 12 maanden indien de werknemer een opleiding aanvat en afrondt voor een knelpuntberoep).

Deze regeling — vaak aangeduid als het “recht op rebound” of “vangnet” — betekent een duidelijke breuk met de traditioneel strikte benadering van vrijwillige werkloosheid.

Voorzichtigheid blijft echter geboden: het mechanisme is strikt gereglementeerd.

Met name zijn volgende voorwaarden vereist:

  • minstens 3.120 dagen beroepsactiviteit (ongeveer 10 jaar loopbaan) op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst;
  • een eenmalige toepassing gedurende de volledige beroepsloopbaan;
  • een tijdelijke, en niet definitieve, uitsluiting van werkloosheidsuitkeringen;
  • een aanvraag die moet worden ingediend binnen 30 dagen na de beslissing van de RVA tot weigering van werkloosheidsuitkeringen;
  • een aanvraag die onherroepelijk is.

Wat zijn de praktische implicaties?

Voor werknemers kan dit nieuwe vangnet een meer zekere beëindiging van de arbeidsrelatie mogelijk maken, in het bijzonder in het kader van loopbaantransities of professionele heroriëntatie.

Voor werkgevers biedt dit meer flexibiliteit bij het onderhandelen van vertrekregelingen, zonder systematisch het verlies van werkloosheidsuitkeringen te moeten compenseren via hogere vertrekvergoedingen.

Dat gezegd zijnde, blijft een analyse geval per geval essentieel en behoudt de RVA zijn beoordelingsvrijheid.