Back

Belangrijk arrest van het Hof van Justitie over “substantiële activiteiten” onder Verordeningen 883/2004 en 987/2009: wereldwijde activiteiten tellen nu mee

12/12/2025

Belgium News

by Isabel Lysens Edward Carlier

Op 11 december heeft het Hof van Justitie een belangrijk arrest gewezen in zaak C‑743/23 (Moguntia / GKV‑Spitzenverband), dat wijzigt hoe het toepasselijke socialezekerheidsrecht wordt bepaald.

Wat is veranderd?

  • Bij de beoordeling of een persoon een “substantieel deel” (≥ 25%) van zijn activiteit uitoefent in zijn woonlidstaat, moet voortaan alle wereldwijd verrichte arbeid in aanmerking worden genomen – en niet langer enkel activiteiten binnen de EER of Zwitserland.
  • De berekeningsmethode (op basis van arbeidstijd en/of vergoeding) blijft ongewijzigd, maar het toepassingsgebied omvat nu ook activiteiten buiten de EU/EER.

Waarom is dit belangrijk?

Volgens de EU‑verordeningen 883/2004 en 987/2009 is een persoon die in twee of meer lidstaten werkt onderworpen aan:

  • De wetgeving van zijn woonstaat, indien hij daar een substantieel deel (≥ 25%) van zijn activiteit uitoefent;
  • Anders doorgaans de wetgeving van de staat waar de werkgever gevestigd is;
  • Indien de werkgever buiten de EU gevestigd is, de wetgeving van de woonstaat, zelfs zonder substantieel deel van de activiteiten daar.

Vóór dit arrest werd de drempel van 25% in de woonstaat vaker bereikt wanneer werknemers ook een substantieel deel van hun activiteiten buiten de EER uitvoerden, aangezien die activiteiten niet in de berekening werden meegenomen.

Door nu alle wereldwijde activiteiten mee te tellen, kan het toepasselijke socialezekerheidsstelsel verschuiven van het ene land naar het andere, met aanzienlijke gevolgen voor de naleving.