In België evolueren de lonen van de meeste werknemers in lijn met de kost van het leven: wanneer de prijzen stijgen, volgen de lonen dankzij de automatische indexering. In het kader van het vorige week bereikte begrotingsakkoord heeft de federale regering de intentie om in 2026 en 2028 in dit mechanisme in te grijpen.
Het doel: een plafond invoeren van € 4.000 voor het brutoloon dat onderhevig is aan automatische indexering, en de indexering van het deel van het loon boven die drempel beperken tot een vast bedrag. Om de gelijkheid tussen werknemers in de private en publieke sector te waarborgen, zou het plafond op de indexering zelf bovendien worden beperkt tot de eerste 2% van elke indexeringsstijging.
Hoewel deze maatregel eenvoudig lijkt, is zij in de praktijk veel complexer:
• Een fundamentele uitdaging: er bestaat geen uniform indexeringssysteem
In de privésector worden de lonen van de meeste werknemers aangepast op basis van een percentage gekoppeld aan de inflatie en de stijgende kost van het leven. Afhankelijk van de sector gebeurt die indexering (half)jaarlijks, per kwartaal of zelfs (twee)maandelijks.
In de publieke sector daarentegen worden de lonen van ambtenaren met een vaste 2% geïndexeerd telkens wanneer de zogenaamde spilindex wordt overschreden.
• De maatregel is voordelig voor ondernemingen doordat de loonkostenstijging wordt beperkt
Hoewel werkgevers de helft van de besparing mogen behouden, heeft de regering aangegeven dat de andere helft moet worden teruggestort aan de Staat via sociale zekerheidsbijdragen. De vraag blijft of deze verplichting permanent zal zijn dan wel beperkt tot één jaar. Indien zij permanent is, zullen complexe berekeningen nog jaren vereist zijn.
• Er blijven veel vragen onbeantwoord:
Wat gebeurt er in sectoren waar lonen meerdere keren per jaar worden geïndexeerd? Zal het plafond enkel gelden voor de eerste indexering of ook voor latere aanpassingen?
Zullen andere looncomponenten dan het vaste salaris worden meegeteld bij de bepaling van de drempel van € 4.000? Indien bonussen en andere variabele voordelen worden uitgesloten, zouden twee werknemers met hetzelfde totale inkomen verschillend behandeld kunnen worden louter op basis van hun loonstructuur…
Wat is de impact op vakantiegeld, eindejaarspremies en pensioenen? Deze voordelen zijn gekoppeld aan het bruto basissalaris. Een tragere groei van het basissalaris zal door het cumulatieve effect van indexering jaar na jaar automatisch een impact hebben op deze rechten.
En wat met deeltijdse werknemers? Er bestaan twee tegengestelde visies: sommigen menen dat de indexering moet worden toegepast op het effectieve brutoloon zonder omzetting naar een voltijdsequivalent, terwijl anderen van oordeel zijn dat het plafond moet worden toegepast op het voltijds equivalente loon.
Zal de wetgeving tijdig worden voorbereid en aangenomen, vóór de indexering van de meeste werknemers in de privésector in januari 2026? Bij Littler volgen we deze ontwikkelingen op de voet.