Preventie van langdurige afwezigheden en re-integratie van zieken

Littler Belgium 15/01/2026

Op 30 december 2025 werden de Wet van 19 december 2025 tot uitvoering van een versterkt terug‑naar‑werkbeleid en het Koninklijk Besluit van 17 december 2025 tot wijziging van de Codex Welzijn op het Werk — met betrekking tot de re‑integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid — gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De maatregelen inzake preventie en re‑integratie vormden een belangrijk speerpunt van het federale regeerakkoord. De focus verschuift duidelijk naar preventie, informele procedures, contact tijdens afwezigheden en vroege interventie. Daarnaast krijgen alle betrokken actoren meer verantwoordelijkheid. Deze nieuwe maatregelen hebben een aanzienlijke impact op HR‑processen en vereisen concrete actie van werkgevers.

Acties:

•             Stel een contactnamebeleid op en neem dit op in het arbeidsreglement.

•             Controleer formulering van vrijstelling medisch attest in het arbeidsreglement.

•             Herbekijk beleid langdurige zieken: vanaf acht weken uitnodiging voor arbeidspotentieelonderzoek; uiterlijk zes maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid van werknemers met arbeidspotentieel verplicht re-integratietraject voor werkgevers met ≥ twintig werknemers. Een procedure medische overmacht kan door de werkgevers opgestart worden na zes maanden arbeidsongeschiktheid op voorwaarde dat er geen re-integratietraject hangende is.

Preventie

Werknemers kunnen voortaan een re-integratietraject aanvragen vóór de start van arbeidsongeschiktheid bij risico op uitval. De werkgever is niet verplicht dit te aanvaarden, maar moet snel communiceren over zijn beslissing.

Informele procedure

Ook werkgevers kunnen voortaan een voorafgaandelijk onderzoek vóór werkhervatting aanvragen. De werknemer kan dit weigeren.

Contact tijdens afwezigheden

Werkgevers moeten een procedure opnemen in het arbeidsreglement om contact te onderhouden tijdens arbeidsongeschiktheid (contactpersoon en frequentie). Dit vereist een formele wijziging van het arbeidsreglement.

Vroegtijdig gepaste maatregelen

Een re-integratietraject kan nu door de werkgever worden opgestart vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid (mits toestemming werknemer) of na acht weken indien arbeidspotentieel wordt vastgesteld door de arbeidsarts. Dit onderzoek van arbeidspotentieel is verplicht op te starten door elke werkgever vanaf acht weken arbeidsongeschiktheid. Werkgevers met ≥ twintig werknemers moeten verplicht een re-integratietraject opstarten voor werknemers met arbeidspotentieel uiterlijk zes maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid.

De procedure medische overmacht kan vervroegd worden opgestart door de werkgever na zes maanden arbeidsongeschiktheid (voorheen negen).

Responsabilisering van partijen

De vrijstelling voor het indienen van een medisch attest wordt voortaan beperkt tot twee keer per jaar (voorheen drie) voor werknemers van werkgevers met ≥ vijftig werknemers. Het is daarom aangewezen om het arbeidsreglement te controleren en, indien nodig, aan te passen volgens de formele wijzigingsprocedure.

Daarnaast zullen de arbeidsarts, behandelend arts en adviserend geneesheer via het TRIO-platform informatie uitwisselen over werkhervattingsmogelijkheden en de medewerking aan re-integratietrajecten door werknemers. Deze informatiestroom is van groot belang, aangezien werknemers door het ziekenfonds kunnen worden gesanctioneerd na twee niet-beantwoorde uitnodigingen door de arbeidsarts. Dergelijke uitnodigingen zullen in de toekomst per aangetekend schrijven verstuurd worden.

Werkgevers met ≥ twintig werknemers die nalaten om binnen de zes maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid een re-integratietraject op te starten voor de werknemer met arbeidspotentieel, riskeren een sanctie van niveau II conform het Sociaal Strafwetboek.

Verder zullen werkgevers met ≥ vijftig werknemers verplicht zijn om tijdens de tweede en derde maand van arbeidsongeschiktheid een solidariteitsbijdrage van dertig procent van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te betalen voor meerderjarige werknemers < vijfenvijftig jaar (met uitzonderingen zoals uitzendkrachten, flexi-werknemers en gelegenheidswerknemers).

Daartegenover staat dat de werkgever niet langer verplicht is om gewaarborgd loon te betalen wanneer een werknemer opnieuw arbeidsongeschikt wordt (herval) binnen de eerste acht weken na het einde van een periode van arbeidsongeschiktheid waarvoor gewaarborgd loon verschuldigd was (voorheen veertien dagen). De werknemer behoudt wel het recht op het saldo van eventueel onbenut gewaarborgd loon. Bovendien geldt dat tijdens de volledige periode van gedeeltelijke werkhervatting de werkgever niet verplicht is om gewaarborgd loon te betalen bij nieuwe arbeidsongeschiktheid (voorheen gold deze vrijstelling gedurende de eerste twintig weken).

Inwerkingtreding

Deze maatregelen gelden vanaf 1 januari 2026, met overgangsregeling voor solidariteitsbijdragen, gewaarborgd loon en re-integratie (enkel voor arbeidsongeschiktheden of trajecten vanaf 1/1/2026).

Als u vragen heeft of ondersteuning nodig heeft bij de implementatie van deze maatregelen, helpt ons team u graag verder. Aarzel niet om contact met ons op te nemen: info@littler.be.